Naast het maken van foto's van sterren, maan en planeten is er nog iets anders dat me interesseert bij het observeren der sterren. Er zijn namelijk sterren die niet altijd dezelfde helderheid hebben. Indertijd, in het jaar zeer stillekes, heb ik er zelfs mijn licentiaatsthesis over gemaakt. 

Met het materiaal dat ik heb is het zeer goed te doen om dergelijke observaties ook te maken, is zelfs een pak makkelijker dan astrofoto's te nemen van de sterren, want de sterretjes moeten niet eens perfect scherp gesteld zijn. Enige zoekwerk is "welk sterreke attakeren", coordinaten vinden, en dan de belichtingstijd. Bij dit sterretje was er een belichtingstijd van 2 minuten. 

Op die manier dus 130 foto's gemaakt, gedurende ongeveer 4h30.

Daarna aan de slag met allerlei programma's die te vinden zijn op het web, en dan wat excel en wat geprul, en dan krijg je een mooi curveke. 

Eerst van de eigenlijke variabele die ik wilde observeren :

Beetje uitleg : de helderheid van een ster wordt aangegeven in "magnitude" (vrij vertaald "grootsheid"). Hoe kleiner het getal hoe helderder de ster. Met het blote oog kunnen we snachts op een zeer zeer donkere plaats tot iets donkerder dan magnitude zes zien, hier in hoegaarden schat ik tot ergens rond de 5, in brussel stad zal het eerder een magnitude of 2 zijn. Het verschil tussen een ster van magnitude 3 en eentje van magnitude 3.3 zal je kunnen zien, maar denk niet dat je met het blote oog zomaar veel meer verschil kan zien. Tenzij je goed getraind bent, dan moet 0.1 verschil wel lukken.

Deze ster varieert dus tussen magnitude 12.1 en 12.6, dat is tien tot de zesde keer zwakker dan wat je met het blote oog kan zien. Met mijn kijker zou je ze net visueel ook kunnen waarnemen, met een foto van 2 minuten zie je ze heel mooi. De foutenmarge op de waarneming is ongeveer 0.02 magnitude, dat is - als ik in termen van de jaren 70 en 80 reken - onvoorstelbaar goed, om niet te zeggen fenomenaal hoe alles veranderd is in die jaren. 

Je ziet hier dus drie maxima en drie minima. Ikke al content van mijn nachtje observeren en dagje rekenen.

Maar, en nu wordt het nog interessanter. Op dezelfde foto's zat NOG een andere veranderlijke, eentje van het tiepe waar een tweede ster voor de eerste schuift. Het was niet de bedoeling om die ster waar te nemen, maar ze zat toch op de foto's, dus ook hier grafiekje gemaakt. 
Dit geeft dit resultaat :

De ster is hier dus nog een pak zwakker, en verzwakt van 14.1 tot 14.7. Dit komt omdat er twee sterren rond elkaar draaien en als de ene voor de andere staat dan krijgen wij minder licht. Beetje zoals een zonsverduistering hier on Planet Earth.

Als je goed kijkt, dan zie je dat de ene ster voor de andere begint te schuiven tot ze er volledig voor zit, daarna blijft alles wat stabiel, en daarna komt ze terug te voorschijn tot alles weer is als voorheen.
De datums op het prentje zijn trouwens Juliaanse Datums (ask docter hoohle), en .33 is een .33ste van een dag. Kleine opmerking : de foutenmarge op deze metingen is wel iets groter dan 0.02  magnitude, om die lager te maken had de belichtingstijd van de foto's langer moeten zijn dan twee minuten. But one get's the idea...

Vond dat wel vrij spectaculair, omdat ik het helemaal niet verwacht had om dit te vinden. Over een tijdje de ster nog eens observeren, en dan wordt het zelfs vrij eenvoudig om uit te rekenen hoe snel de ene ster rond de andere draait !

In dit geval zijn het dus twee sterren die voor elkaar schuiven, maar hetzelfde kan ook als een (grote) planeet voor een ster schuift. Dan zakt de helderheid niet zo ver in elkaar, maar het is ook waarneembaar. De dag van vandaag zelfs met een klein kijkertje zoals het mijne. En zeggen dat in den tijd van Roger de Vlaeminck men dacht dat er nooit of te nooit planeten zouden kunnen gevonden worden die rond andere sterren draaien. Het kan dus wel, en wel op deze manier...

PS. Jaja, ik weet het ijslandfoto's. Ben bezig, ben bezig...

 

Subcategorieën